Biografie Edith Stein

heilige edith stein                         Edith Stein als patrones van onze parochie!

Edith Stein, martelares, kloosterlinge en kerkleraar

Andere namen: Teresia Benedicta van het Kruis
Gedachtenis: 9 augustus (Feest)
Heiligverklaring: 11 oktober 1998

Wie is zij eigenlijk?
Edith Stein wordt geboren op 12 oktober 1891 in Breslau in een Joods gezin. Haar leven eindigt op 9 augustus 1942 in de gaskamer van Auschwitz.
Edith Stein, jodin, filosofe, bekeerling tot het katholieke geloof, karmelietes, werd geboren op 12 oktober 1891. Zij was het jongste kind van het joodse gezin van Siegfried Stein en Augusta Courant. Het gezin telde 11 kinderen, 4 kinderen stierven jong. Ediths vader overleed voordat zij 2 jaar oud was. Haar moeder was een zeer zakelijke vrouw met een mild hart. Energiek zette zij de zaak van haar man voort en had veel succes. Zij was zeer godsdienstig en leefde de joodse wet stipt na.

Edith was levenslustig en buitengewoon begaafd. Na de volksschool wil zij niet meer verder leren en gaat in 1911 naar haar zus Else in Hamburg. Hier verliest zij haar geloof in de God van haar Vaderen. Na haar terugkeer uit Hamburg volgde zij op aanraden van haar moeder het gymnasium in Breslau. In 1915 slaagde zij voor het eindexamen. Zij studeerde geschiedenis, germaanse letterkunde en psychologie aan de universiteit van Breslau. Van hieruit ging zij naar Göttingen om filosofie te studeren bij prof. Husserl. Vanaf 1916 tot 1918 is zij assistente van Husserl. In 1916 promoveerde zij summa cum laude tot doctor in de filosofie. Zij gaf inleidingscursussen aan studenten en publiceerde haar eerste geschriften.

Zij had een oprechte drang om de zin van het menselijk leven te vinden en dit werd uiteindelijk een zoeken naar de waarheid. Waarom bestaat de mens? Wat is de zin van het leven?

Een grote hulp bij deze vragen waren haar contacten met Prof. Husserl en prof. Max Scheler. Vooral haar omgaan met christelijke vrienden en haar contact met Reinach, haar studievriend, die in 1917 sneuvelde in Vlaanderen. Het is een ingrijpende gebeurtenis in haar leven. Zij wilde zijn weduwe gaan troosten. Maar zij maakt door haar geloof zo’n indruk op Edith dat ze later schrijft; dat was mijn eerste ontmoeting met het kruis en de goddelijke kracht die diegenen die het dragen ontvangen. Dat was het ogenblik dat mijn ongeloof in stukken brak…en Christus lichtte op in het mysterie van zijn Kruis.
De geschriften van de H. Theresia van Avila gaven haar de uiteindelijke overtuiging dat ook zij christen moest worden. Zij liet zich dopen in de katholieke kerk van Bergzabern / Palz op 1 januari 1922. Van 1922 tot 1931 was zij lerares wetenschappelijke opvoedkunde en Duits aan het St. Magdalena instituut van de zusters Dominicanessen in Spiers. Haar activiteit als lerares werd gekenmerkt door haar rijke en sterke persoonlijkheid en haar geloofsovertuiging.
Haar opvoedingsmethode was doordrongen van een drang naar waarheid, goedheid, menselijkheid en hartelijkheid, maar ook van de waarde van de vrouw in haar tijd. In haar privé-leven was Edith eenvoudig, arm en onthecht. Vele uren bracht zij door in de kloosterkapel, diep verzonken in gebed. De H. Eucharistie was voor haar een dagelijkse noodzaak. In 1932 werd zij docente aan het Duitse instituut voor wetenschappelijke pedagogie in Münster. In 1933 mochten joden geen les meer geven aan scholen, zodat Edith haar beroep moest opgeven.

14 Oktober 1933 trad Edith in bij de Karmelietessen in Keulen. Zij had dit al in 1922 willen doen. Op 15 april 1934, bij haar inkleding, ontving zij de naam Teresia Benedicta a cruce: Teresia, gezegend door het kruis. Zij leidde een leven van gebed, stipte plichtsvervulling en nederigheid. Pasen, april 1938, legde zij haar eeuwige geloften af. Hetzelfde jaar, op 31 december, moest zij uitwijken naar Nederland, omdat de jodenvervolging in Duitsland te heftig werd. Door een bevriend arts werd zij over de grens gebracht naar de Karmel van Echt. Enige tijd later kwam ook zus Rosa, die na de dood van haar moeder in 1936 ook katholiek geworden was, naar Echt. Rosa werd portierster van het klooster. In 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen en ook hier begon de jodenvervolging. Naar aanleiding van het voorlezen van een brief van de Nederlandse bisschoppen tegen de deportatie van de joden, werden Edith Stein en haar zus Rosa in Echt opgehaald door de Gestapo. Het was zondag 2 augustus 1942 omstreeks 17.00 uur. Op de Peyerstraat stond de overvalswagen. Edith en haar zus werden door twee soldaten met het geweer in aanslag van het klooster naar de Peyerstraat gebracht. Zij werden eerst naar Westerbork vervoerd en enkele dagen later naar Auschwitz. Op 9 augustus werden zij vergast bij het kamp Birkenau in een verbouwde boerderij, “Het Witte huis”. Paus Johannes Paulus II verklaarde Edith Stein op 1 mei 1987 bij zijn bezoek aan Keulen zalig. Op 11 oktober 1998 werd zij te Rome heilig verklaard om een voorbeeld te zijn voor de moderne mens.
Edith Stein als patrones van onze parochie!

Edith Stein, martelares, kloosterlinge en kerkleraar

Andere namen: Teresia Benedicta van het Kruis
Gedachtenis: 9 augustus (Feest)
Heiligverklaring: 11 oktober 1998

Wie is zij eigenlijk?
Edith Stein wordt geboren op 12 oktober 1891 in Breslau in een Joods gezin. Haar leven eindigt op 9 augustus 1942 in de gaskamer van Auschwitz.
Edith Stein, jodin, filosofe, bekeerling tot het katholieke geloof, karmelietes, werd geboren op 12 oktober 1891. Zij was het jongste kind van het joodse gezin van Siegfried Stein en Augusta Courant. Het gezin telde 11 kinderen, 4 kinderen stierven jong. Ediths vader overleed voordat zij 2 jaar oud was. Haar moeder was een zeer zakelijke vrouw met een mild hart. Energiek zette zij de zaak van haar man voort en had veel succes. Zij was zeer godsdienstig en leefde de joodse wet stipt na.

Edith was levenslustig en buitengewoon begaafd. Na de volksschool wil zij niet meer verder leren en gaat in 1911 naar haar zus Else in Hamburg. Hier verliest zij haar geloof in de God van haar Vaderen. Na haar terugkeer uit Hamburg volgde zij op aanraden van haar moeder het gymnasium in Breslau. In 1915 slaagde zij voor het eindexamen. Zij studeerde geschiedenis, germaanse letterkunde en psychologie aan de universiteit van Breslau. Van hieruit ging zij naar Göttingen om filosofie te studeren bij prof. Husserl. Vanaf 1916 tot 1918 is zij assistente van Husserl. In 1916 promoveerde zij summa cum laude tot doctor in de filosofie. Zij gaf inleidingscursussen aan studenten en publiceerde haar eerste geschriften.

Zij had een oprechte drang om de zin van het menselijk leven te vinden en dit werd uiteindelijk een zoeken naar de waarheid. Waarom bestaat de mens? Wat is de zin van het leven?

Een grote hulp bij deze vragen waren haar contacten met Prof. Husserl en prof. Max Scheler. Vooral haar omgaan met christelijke vrienden en haar contact met Reinach, haar studievriend, die in 1917 sneuvelde in Vlaanderen. Het is een ingrijpende gebeurtenis in haar leven. Zij wilde zijn weduwe gaan troosten. Maar zij maakt door haar geloof zo’n indruk op Edith dat ze later schrijft; dat was mijn eerste ontmoeting met het kruis en de goddelijke kracht die diegenen die het dragen ontvangen. Dat was het ogenblik dat mijn ongeloof in stukken brak…en Christus lichtte op in het mysterie van zijn Kruis.
De geschriften van de H. Theresia van Avila gaven haar de uiteindelijke overtuiging dat ook zij christen moest worden. Zij liet zich dopen in de katholieke kerk van Bergzabern / Palz op 1 januari 1922. Van 1922 tot 1931 was zij lerares wetenschappelijke opvoedkunde en Duits aan het St. Magdalena instituut van de zusters Dominicanessen in Spiers. Haar activiteit als lerares werd gekenmerkt door haar rijke en sterke persoonlijkheid en haar geloofsovertuiging.
Haar opvoedingsmethode was doordrongen van een drang naar waarheid, goedheid, menselijkheid en hartelijkheid, maar ook van de waarde van de vrouw in haar tijd. In haar privé-leven was Edith eenvoudig, arm en onthecht. Vele uren bracht zij door in de kloosterkapel, diep verzonken in gebed. De H. Eucharistie was voor haar een dagelijkse noodzaak. In 1932 werd zij docente aan het Duitse instituut voor wetenschappelijke pedagogie in Münster. In 1933 mochten joden geen les meer geven aan scholen, zodat Edith haar beroep moest opgeven.

14 Oktober 1933 trad Edith in bij de Karmelietessen in Keulen. Zij had dit al in 1922 willen doen. Op 15 april 1934, bij haar inkleding, ontving zij de naam Teresia Benedicta a cruce: Teresia, gezegend door het kruis. Zij leidde een leven van gebed, stipte plichtsvervulling en nederigheid. Pasen, april 1938, legde zij haar eeuwige geloften af. Hetzelfde jaar, op 31 december, moest zij uitwijken naar Nederland, omdat de jodenvervolging in Duitsland te heftig werd. Door een bevriend arts werd zij over de grens gebracht naar de Karmel van Echt. Enige tijd later kwam ook zus Rosa, die na de dood van haar moeder in 1936 ook katholiek geworden was, naar Echt. Rosa werd portierster van het klooster. In 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen en ook hier begon de jodenvervolging. Naar aanleiding van het voorlezen van een brief van de Nederlandse bisschoppen tegen de deportatie van de joden, werden Edith Stein en haar zus Rosa in Echt opgehaald door de Gestapo. Het was zondag 2 augustus 1942 omstreeks 17.00 uur. Op de Peyerstraat stond de overvalswagen. Edith en haar zus werden door twee soldaten met het geweer in aanslag van het klooster naar de Peyerstraat gebracht. Zij werden eerst naar Westerbork vervoerd en enkele dagen later naar Auschwitz. Op 9 augustus werden zij vergast bij het kamp Birkenau in een verbouwde boerderij, “Het Witte huis”. Paus Johannes Paulus II verklaarde Edith Stein op 1 mei 1987 bij zijn bezoek aan Keulen zalig. Op 11 oktober 1998 werd zij te Rome heilig verklaard om een voorbeeld te zijn voor de moderne mens.

No item found